Improvisatie

Al vanaf het eerste begin van de theatergeschiedenis improviseerde men. De Grieken en Romeinen, die als het ware de ‘founding fathers’ van de theater zijn, deden het al. Echter, vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw groeide de belangstelling. In Nederland werd vooral de Theatersport – een vorm die door Keith Johnstone is bedacht – erg populair. Zeker toen het populaire BNN-programma De Lama’s werd uitgezonden. Ook een middellange improvisatievorm De Vloer Op is bekend van de televisie. Vooral het democratische proces – de inbreng van het publiek – zorgt naar mijn mening voor de populariteit.

Ingrediënten voor een goede improvisator

Een goede improvisator heeft verstand van drie zaken. Ten eerste moet hij kunnen acteren. Emotie, stem, houding, mise-en-scène en rol zijn handvatten van een acteur. Daarnaast is een improvisator meteen zijn eigen tekstschrijver. Daarvoor is kennis van verhalen vertellen nodig. En tot slot moet een improvisator alles weten van improviseren. Improviseren is het impulsief creëren en bedenken van iets tijdens de uitvoering. Hiervoor zijn vijf basisvaardigheden nodig.

De basis

Om goed te improviseren zijn er vijf basisprincipes die de basis vormen van iedere improvisatie-training.

  1. Durf te falen
  2. Accepteer het idee van de ander
  3. Laat de ander stralen
  4. Blijf in het hier en nu
  5. Maak plezier

Deze vijf basisprincipes worden ook toegepast buiten het theatrale veld, in het ‘echte’ leven. Het is de basis van alle communicatie en goede samenwerking.

Door te improviseren leer je jezelf en de ander kennen, op jezelf en op anderen te vertrouwen en leer je bovendien dat fouten maken moet.